Herziening van het Belgisch zeerecht
Dames en heren,
Eerst en vooral zou ik de Commissie Maritiem Recht willen bedanken voor de uitnodiging om hier vandaag, voor jullie, te mogen spreken.
Gedurende mijn rechtenstudies, aan de toenmalige UFSIA te Antwerpen, kreeg ik al het voorrecht om kennis te maken met het enthousiasme waarmee Professor Eric Van Hooydonk de maritieme sector verdedigde. Aan de hand van allerhande verdragen en wetteksten, die hij op zijn studenten afschoot, trachtte hij zijn enthousiasme voor alles wat met het maritieme te maken heeft over te dragen naar zijn studenten. En ik moet u zeggen, dames en heren, voor wie daar nog aan zou twijfelen, hij deed dit met succes.
Mijn persoonlijke microbe om de belangen van onze zeehavens te verdedigen werd er enkel door aangewakkerd, en dit zowel in de Commissie Openbare Werken en Mobiliteit van het Vlaams parlement, alsook (tot voor kort) binnen het Antwerps Havenbedrijf. (Ik kan u trouwens wel verklappen dat Eric Van Hooydonk de hardnekkige gewoonte heeft om zijn studenten achter de veren te blijven zitten, ook in hun nieuwe hoedanigheden…)
En beleidsmatig, dat moeten we toegeven, werd er de afgelopen jaren terecht al veel aandacht besteed aan onze havens. Ik denk onder meer aan de historische goedkeuring van de vier Scheldeverdragen (waarbij ik het genoegen had om als verslaggever te kunnen optreden), de uiteindelijke verdieping van de vaargeul en het akkoord rond de bouw van de drie nieuwe zeesluizen. Deze beslissingen zorgden voor een vernieuwde dynamiek en verzekeren een verdere ontwikkeling van -en toegang tot- onze havens. De herinvlagging van de koopvaardijschepen waardoor we nu opnieuw de 19° plaats bekleden op de wereldranglijst is nog een voorbeeld van een succesvol overheidsingrijpen.
Maar dames en heren, u heeft mij horen zeggen dat er de voorbije jaren veel aandacht is besteed aan onze havens, ik heb niet gezegd voldoende. Dat kan een nuance lijken, maar dat is het natuurlijk allerminst.
Ook in de toekomst blijft het de taak van de overheid om de maritieme sector aan te moedigen en de economische en maatschappelijke groeimogelijkheden die de sector biedt ten volste te faciliteren. We beschikken over vele troeven, we dienen ze enkel te gebruiken en maximaal uit te spelen. Een belangrijk hiaat hierbij bleef lange tijd een gepast, geactualiseerd wettelijk kader dat inspeelt op de noden van vandaag. De herziening van de Belgische zeewet vormt het sluitstuk van deze dynamiek.
De herziening van het Belgisch zeerecht is een waar titanenwerk dat al meer dan 5 jaar aan de gang is. De gebreken van de Belgische maritieme wetgeving werden onderzocht en de voorstellen tot verbetering werden bekend gemaakt. We zijn met deze zesde bijeenkomst midden in de publieke consultatieronde. Ik wens dan ook van de gelegenheid gebruik te maken om de Commissie Maritiem recht, en iedereen die tot nu toe heeft bijgedragen aan het voorontwerp van het nieuwe Belgisch maritiem wetboek, te danken voor hun inzet.
Het nieuwe wetboek is van niet te overschatten belang. Het spreekt voor zich dat indien men een key-speler wenst te blijven in het internationale maritieme gebeuren, men over een modern wetboek moet beschikken dat het transport ter zee regelt, op een manier die beantwoordt aan de uitdagingen van vandaag. Zelf had ik het genoegen om als tijdens mijn eerste maanden als advocaat, mee te kunnen schrijven aan de conclusies in een groot averijdossier in de Antwerpse haven. Aansprakelijkheid scheepseigenaar, aansprakelijkheid loods, tal van wetteksten al dan niet in oud-nederlands,… Ik bespaar u de verdere details, maar kan u enkel meegeven dat het dossier zich thans op het niveau van het Hof van Cassatie bevindt. Ik neem aan dat mijn aandeel daarin minder doorslaggevend was dan de gehanteerde kluwen van wetteksten. En misschien zou dit dus met de nieuwe regelgeving niet het geval zijn…
Ik spreek dan ook mijn hoop uit dat het nieuwe wetboek de competitiviteit van de scheepvaart en de internationale positie van onze havens zal versterken.
Het feit dat de Belgische maritieme regelgeving tot nu toe niets regelde over containers, gevaarlijke goederen en elektronische gegevensuitwisseling lijkt hallucinant. Ook regelgeving omtrent verantwoordelijkheid van de goederenhandelaars vormde een groot hiaat. Het wetboek vormt een volledig nieuw juridisch kader voor de scheepvaart- en havenactiviteiten. De competitieve positie van de hele maritieme sector zal worden versterkt door rechtszekerheid te garanderen aan eenieder actief in de sector. Het beoogde doel om het nieuwe wetboek te laten aansluiten bij de recentste internationale tendensen plaatst België als maritieme natie terug op de internationale kaart. De thema’s die vandaag werden aangehaald vormen daarin uiteraard een cruciaal element.
Uiteraard staan er ons nog vele uitdagingen te wachten als we onze positie in de internationale maritieme sector willen behouden. En dan heb ik het bijvoorbeeld over het toegankelijk houden van onze vaargeulen, maar dit is uiteraard niet de enige “issue”.
Ook de nieuwe studieopdracht over de havenarbeid die door de Europese Commissie werd uitgeschreven, past volledig binnen de uitdagingen die ons te wachten staan. Een overhaaste liberalisering is dan misschien inderdaad niet aan de orde. Maar een grondige studie naar hoe de arbeid wordt georganiseerd, aan welke voorwaarden deze arbeid dient te beantwoorden en hoe een mogelijke professionalisering kan doorgevoerd worden, is wel essentieel. Enkel op basis van gedegen studiewerk, zal men namelijk een gefundeerde discussie op basis van rationele argumenten op gang kunnen trekken. De recente uitspraken van commissievoorzitter Barosso, waarbij hij de nood aan sociale vrede benadrukte maar tegelijkertijd een gemoderniseerd werksysteem bepleitte, kunnen dit enkel bevestigen. Het is duidelijk dat er ons nog veel uitdagingen te wachten staan en dat we dus allerminst mogen stilstaan.
Om af te sluiten kan het niet voldoende herhaald worden dat deze herziening van het Belgisch zeerecht een mijlpaal vormt, waar velen die actief zijn in de maritieme sector al lang van dromen. De operationele sterkte van onze havens is één feit. Maar even belangrijk is de internationale erkenning die Maritiem België geniet voor zijn know-how op bouwkundig, nautisch, economisch en juridisch vlak.
De modernisering van het Belgische zeerecht is hiervan een zoveelste, maar uiterst belangrijke bevestiging.
Maar ik vermoed dat niemand in deze zaal nog van deze boodschap moet overtuigd worden.
Dames en heren, ik dank u voor uw aandacht en wens de Commissie Maritiem Recht veel succes toe.
Relevant Content
Je kan je hier inschrijven op mijn nieuwsbrief. Die komt 4 keer per jaar uit.






