De realiteit van belastinggeld

De minister benadrukt dat mobiliteit een enorme hap uit het budget neemt, met een jaarlijkse dotatie van ongeveer een miljard euro. Ze plaatst de eigen bijdrage van de reiziger in perspectief: “Veel mensen denken ‘ik betaal toch mijn ticket’, maar eigenlijk is de kostendekkingsgraad heel laag. De belastingbetaler legt er bovenop elke euro die een reiziger betaalt, nog eens 6 euro bij”.

Voor De Ridder is het dan ook een kwestie van verantwoord beheer: “Je moet zien dat je een efficiënte oefening voert, en binnen de budgetten werkt. Net zoals in een gezin moet wat je uitgeeft ook overeenstemmen met wat er binnenkomt.”

Slechts 0,2% van de reizigers getroffen

In het Vlaams Parlement werd fel gedebatteerd over de ‘vervoersarmoede’ die door deze plannen zou ontstaan. De Ridder nuanceert de impact echter fors. De besparingsoperatie van 35,5 miljoen euro richt zich specifiek op lijnen die nauwelijks worden gebruikt. “Het gaat om lijnen waarop vaak maar maximaal twee, drie of vier mensen zitten, bijvoorbeeld ’s avonds laat of in de daluren”, legt ze uit.

Volgens de minister is de oefening chirurgisch uitgevoerd: “Men is erin geslaagd om 3,7% van het budget te besparen en daarmee amper 0,2% van de reizigers te treffen. Dat is de beste manier om zo weinig mogelijk reizigers te raken.” Ze benadrukt dat zij niet persoonlijk met de gom door de dienstregeling is gegaan: “Ik ben geen operationeel directeur van De Lijn. Er is een dubbele evaluatie doorgevoerd door het departement en door De Lijn zelf.”

Focus op basisbereikbaarheid

De toekomst van het openbaar vervoer in Vlaanderen ligt volgens het regeerakkoord bij het principe van ‘basisbereikbaarheid’. Dit betekent vol inzetten op de grote verbindingsassen, het zogenaamde kernnet. “De keuze is om in te zetten op massatransit op de hoofdassen. Voor de fijnmazige ontsluiting in landelijk gebied kijken we naar flexvervoer, waarbij je een kleiner busje moet bellen.”

Hoewel de huidige maatregelen pijnlijk zijn, belooft de minister beterschap op de lange termijn. Ze wijst erop dat de exploitatiebudgetten tegen 2029 met 125 miljoen euro zullen toenemen. De Ridder blijft er echter bij dat de huidige besparingen noodzakelijk zijn om die toekomst mogelijk te maken: “Hoe langer ik wacht, hoe meer ik zal moeten snijden om die besparing te halen. We moeten dus snel verder om dit tegen de zomer uitgerold te krijgen”, besluit ze.