Optimalisatie van het kernnet

Basisbereikbaarheid wil vooral inzetten op massavervoer op de belangrijkste assen: het kernnet en het aanvullende net. In zones met minder reizigers komt daar vervoer op maat bij, zoals flexbussen. Zo blijft mobiliteit ook buiten de drukke lijnen gegarandeerd, maar wel vraaggerichter.

“We zien dat er nog altijd bussen in het kernnet of aanvullend net rijden die daar eigenlijk niet thuishoren. Dat gaat onder meer over bussen die meerdere keren per dag een traject rijden waar slechts een enkeling gebruik van maakt”, zegt De Ridder.

De Lijn gaat samen met de vervoerregio’s bekijken welke buslijnen of ritten structureel te weinig reizigers meenemen en dus niet passen binnen de logica van kernnet en het aanvullende net. Die oefening moet tegen maart afgerond zijn.

Weg vrijmaken voor extra investeringen

De minister koppelt die besparingsronde aan een bredere hervorming. “Eerst orde op zaken, daarna verder bouwen”, zegt De Ridder. Vanaf 2027 voorziet Vlaanderen 50 miljoen euro extra om het openbaar vervoer uit te breiden. Dat bedrag groeit verder tot 125 miljoen euro tegen 2029. Die middelen gaan zowel naar het reguliere busnet als naar vervoer op maat.

“Met deze aanpak kiezen we resoluut voor efficiëntie, eerlijkheid en verantwoordelijkheid: besparen waar het moet, investeren waar het werkt. Zo bouwen we samen met de vervoerregio’s aan een stipt, vraaggericht en betrouwbaar openbaar vervoer”, besluit minister De Ridder.